De ERE-regeling is de Nederlandse invulling van een Europese wet. Hij is vastgelegd in hard recht, met doelen die jaarlijks oplopen tot 2030, en is gebouwd om te blijven bestaan en mee te bewegen tot minstens 2030 en daarna.
Europese richtlijn
Het ERE-raamwerk is de nationale uitvoering van de derde Europese richtlijn hernieuwbare energie (RED III). Omdat het is vastgelegd in harde wetgeving en niet in vrijwillige bedrijfsdoelen, kan het niet zomaar worden afgebroken of genegeerd als de economische omstandigheden veranderen.
De juridische basis is Richtlijn (EU) 2023/2413, in Nederland uitgewerkt in de Wet milieubeheer (paragraaf 9.7 en 9.8), het Besluit energie vervoer en de Regeling energie vervoer.
2030
Het systeem heeft een juridische architectuur die de reductiedoelen elk jaar verder aanscherpt richting 2030. Nederland heeft gekozen voor minstens 14,5% minder uitstoot van broeikasgassen uit brandstoffen in de sector vervoer in 2030, gemeten over de hele keten van bron tot en met verbranding, tegen een fossiele referentie van 94 gram CO2-equivalent per megajoule.
Die structurele oploop garandeert een blijvende en groeiende vraag naar ERE’s.
Context
Het Nederlandse ERE-model is een voorbeeldcasus voor de manier waarop de bredere koolstofmarkt zich ontwikkelt. Het bewijst dat de toekomst van koolstofboekhouding ligt bij werkelijke berekeningen van koolstofintensiteit in plaats van bij vage schattingen.
Door over te stappen op een strikte broeikasgasmaatstaf heeft Nederland zijn energiekredieten afgestemd op het gevestigde Duitse THG-Quote-systeem. Die regionale harmonisatie creëert een stabiel, gestandaardiseerd Noordwest-Europees handelsblok voor hernieuwbare brandstoffen en elektriciteit.